Uithalen en opnieuw beginnen

Ze zei:

‘Heb je gehoord dat ik mag hangen?’ We stonden bij de kassa van een mega bloemenwinkel en ik was in mijn gedachten al druk bezig om voor de gekochte plantjes een plaatsje te zoeken in de tuin of op het terras. Jij,… hangen? vroeg ik afwezig. ’In Deventer,… op de tentoonstelling!’ zei ze heel enthousiast. Ik was weer helemaal in het hier en nu. ‘Met die groen/blauwe,….je weet wel..’ Ik moest even heel diep nadenken,…  oh…ja….die groen/blauwe…heb je die al af dan? Mijn plantjes schoven één voor één bij de caissière langs en zij zette die van haar er achter. ‘Laten we een kop koffie gaan drinken, dan zal ik je van die groen/blauwe vertellen’. Met mijn wagen vol geladen zocht ik een plaatsje in de koffiehoek en haalde twee bekertjes cappuccino uit een apparaat, even later schoof ze bij. ‘Bianca en José hangen er niet,’ begon ze, ‘maar ik wel en ik heb m’n quilt nog lang niet klaar'. 'Dat komt omdat ik niet tevreden was met het quiltwerk'. 'Ik gebruikte altijd een dunne, beetje doorzichtige fiberfill, maar die is bij ons niet meer te krijgen en toen kocht ik in een quiltwinkel een wat steviger, wat dichter vlies'. 'Eerst in de kamer de achterkant, het vlies en de top met punaises op de vloerbedekking, toen spelden en rijgen en zuchten en steunen, je kent het wel, wat is dat toch rot werk, en toen quilten'. 'Stom..stom..stom, ik vond al meteen dat het niet mooi werd, maar omdat ik nog spierpijn had van het gekruip bij het sandwichen, ging ik toch maar door, in de hoop dat het wel mooier zou worden als ik een groter stuk gequilt had'. 'Toen ik éindelijk een groter stuk gequilt had, vond ik het nog steeds niet mooi, maar zag er vreselijk tegenop om alles weer uit te halen en deed maar weer een blok en nog een blok'. 'Niet meer zo vaak en met behoorlijk wat tegenzin, dat wel'. 'Een paar maanden geleden waren we met ons groepje in een quiltwinkel en daar vertelde een mevrouw dat ze haar quilt helemaal had uitgehaald, omdat er een te dik vlies in zat en dat daardoor het quilten niet mooi werd'. 'Kijk, die opmerking, daar zat ik op te wachten'. 'Thuis bekeek ik mijn groen/blauwe aandachtig en kritisch en besloot dat dan ook maar te doen'. 'Uithalen dus'. 'Geen aanrader'.'Nou ja, eigenlijk ook wel, al wil je niet weten wat een rommel het gaf'. 'Aan de draden trekken was geen optie, dat leek zo eng, dus moest ik knippen, ….dágen heb ik geknipt en met een pincet honderden,….misschien wel duizenden piepkleine draadjes uit de top getrokken'. 'Een heleboel ontsnapten spontaan en zwierven door het huis'. 'Toen ik dacht dat alle troep in de stofzuigerzak zat, toen ik dat dácht, …want ze kruipen nog steeds onder de kasten vandaan,… heb ik, op aanraden van Lies, een pak Hobs 80/20 gekocht'. 'Ik moest wel aan dat spul wennen, maar het quilten wordt nu helemaal zoals ik het graag zie'. Moet je nog veel doen voor september? vroeg ik. ‘Meer dan de helft', zei ze en stond op, ‘maar het komt wel goed hoor, ik vind het zo’n leuk vooruitzicht mijn werkstuk daar straks in die kerk te zien hangen'.  Ze pakte haar jas, tas en kar, deponeerde een vluchtige kus in de lucht naast mijn wang en liep gehaast naar de uitgang. Ik bracht de koffiebekertjes naar de afvalbak en bedacht dat ik niet verteld had dat ik ook in Deventer mag hangen en dat ik voor september nog een bies en een ophangflap aan mijn quilt moet naaien, een werkje waar ik elke keer weer vréselijk veel moeite mee heb.

 

Patchwork gedoe

Ze zei:

‘Mijn moeder doet ook al jaren wat jij doet!’ Ik keek waarschijnlijk vragend, wat bedoelde ze, pianospelen, wandelen, quilten misschien? ‘Toe’, zei ze, ‘je weet wel, dat patchworkgedoe, met al die lapjes en zo'.  Ik had haar moeder nooit ontmoet, maar gezien de leeftijd van mijn tafelgenoot moest ze wel diep in de zeventig zijn. ‘Vroeger…’ vervolgde ze, ‘vroeger was mijn moeder zuinig, dat zal wel noodzaak zijn geweest, ik weet nog dat ze voor mij en mijn zusters alle kleding zelf naaide'. 'De naaimachine stond altijd op de tafel, of ze was bezig met het uit elkaar knippen van een oude jurk van een tante, een nicht, of van zomaar iemand uit de straat'. 'Ik zie het nog voor me, ze had ook vaak spelden in haar mond'. Ik denk dat ze naden los tornde, zei ik. ‘Herken je dat?’ vroeg ze gretig. ‘Ging dat bij jullie ook zo, maakte jou moeder ook nieuwe kleren van oude kleren en patronen van een krant'? 'Een enkele keer mocht ík dat doen met zo’n wieltje, om het daarna precies op de gaatjes uit te knippen'. Nieuwe kleren? We liepen door V&D, C&A en de Bonnetterie en kéken alleen maar, want ze wilde wel weten wat modérn was.’Modérn'… het woord kwam als een vloek uit haar mond. ‘Modérn, de oude stof maakte immers alles truttig'! 'Voordat mijn vader thuis kwam moest de kamer opgeruimd'. 'Stel je voor dat er een draadje aan z’n pak zou blijven hangen, dan zouden zijn collega’s weten dat er bij ons thuis genaaid werd'. 'Dan zouden ze kunnen denken dat wij arm waren'……. 'Ze deed ook zuinig boodschappen, elke cent die ze uitgaf werd opgeschreven in het huishoudboekje dat mijn vader vrijdags’avonds bestudeerde'. 'Ik weet dat ze wel eens sjoemelde, maar dat zag hij niet'….. 'Ik heb nooit genaaid, ik vond het vreselijk, zelfs een knoop aannaaien vind ik een straf, maar mijn moeder naait nog steeds'. 'Nu ze geen kleren meer hoeft te naaien, maakt ze dus van dat patchworkgedoe, staat wéér altijd de naaimachine op de tafel'. 'Als ik met haar naar mijn zus in Haarlem ga, moet ze eerst naar zo’n winkel op het Klein Heiligland'. 'Gaan we naar haar zus in Amsterdam, wil ze vroeg thee en vroeg weg, want dan moeten we nog éven naar een winkel in het centrum'. 'Alleen van het parkeergeld was vroeger een nieuwe bloes te koop'. 'We zijn ook wel eens bij een oude nicht van haar geweest in Staphorst, als je ’t mij vraagt, alleen maar omdat daar zo’n speciale stoffenzaak is'. 'Mijn zuinige moeder, ze loopt met glanzende ogen, helemaal verlekkerd, in zo’n winkel rond'. Ze praat met andere klanten, wildvreemde mensen, alsof het goede bekenden zijn, en ze kóópt….kóópt voor een kapitaal, echt hoor, een vermogen geeft ze uit aan die speciale stoffen'. 'Zodra we thuis zijn worden ze één voor één op de tafel gelegd, ze hangt haar jas op en zet twee kopjes onder zo’n modern koffiezetgeval'. 'Ze laat mij praten, soms humt ze bevestigend, maar ondertussen zie ik haar blikken steeds naar de tafel, naar die nieuwe lapjes gaan en ik denk dat ze dan in gedachten al bezig is haar buit van die dag in stukjes te knippen'. 'Ze maakt prachtig mooie dingen hoor'. 'Voor alle kleinkinderen heeft ze al een deken gemaakt'. 'Heel netjes ook, maar dat was ze vroeger ook altijd al'. 'Je zou de dekentjes eens moeten zien die ze voor de wiegjes van haar achterkleinkinderen heeft gemaakt, schitterend gewoon'! 'Wel duizend piepkleine stukjes naait ze aan elkaar voor zo’n ding!’

Heeft ze ook zo’n ding voor jou gemaakt? vroeg ik nieuwsgierig. ‘Nee’, zei ze, ‘en dat hoeft ook niet, véél te duur, ik heb op mijn bed een sprei van V&D en die kan het mij uitstekend doen'.

 

Stoffig

Ze zei: ‘Ik word er altijd een beetje kriegelig van als iemand zegt een artquiltster te zijn, want

wanneer is iets art, of kunst, want dát wordt er toch mee bedoeld?’ Ach, dacht ik, hier begint weer die oeverloze discussie over de moderne versus de traditionele quilt en ik besloot er niet aan mee te doen. Terwijl wij na de gezellige bee onze quilts zorgvuldig vouwden en in een tas stopten, pakte zij de zwarte plastic tas, die de hele middag al naast haar stond, en haalde daar een stel oude wandkleden uit. Ik herkende ze, jaren geleden hadden ze in haar hal en kamer gehangen. We keken en verbaasden ons, want deze wandkleden, gemaakt in 1975 (zo ongeveer), waren minstens zo mooi als de artquilts die momenteel zoveel quiltbladen vullen.

‘Tjongejonge,’ zei er ééntje uit de groep, ‘tjongejonge,  peuter aan de bovenkant de voering los, haal die ophanglussen eraf, doe er een dunne batting in en stik die drie lagen op de machine met doorzichtig garen vast. Ik wed dat dit dan volgend jaar op de poster voor de jaarlijkse tentoonstelling van het Quiltersgilde staat!’ We stonden in een kringetje rond de tafel  en de mooi gemaakte werkstukken, die ooit op een tentoonstelling “ Textiele werkvormen”  hadden gehangen, gingen van hand tot hand.  Vaag herkende ik zo nu en dan iets uit de boeken van…....toen. We bewonderden de mooie kleine steekjes, de met zorg aangebrachte kraaltjes en de glimmende lapjes. Ze had er katoen, wollige wol, zijde en voeringstof in verwerkt. Ze vertelde dat de lesgeefster destijds opdrachten gaf met de toen nog onmogelijke kleurencombinaties. Het was wel moeilijk, maar ook een uitdaging geweest.

Op de achterkanten  zaten labels met namen. De vloek van blauw en groen,  en inspiratiebron: Het boek van Jean Ray Laury.  Op een andere las ik: Harmonie in rood en paars, met daaronder: Geïnspireerd door een schilderij van Ingeborg Waageningen. Toen we, iets later dan anders, naar huis reden, zei iemand achterin de auto: ‘geen idee of ze er iets mee gaat doen, maar…..vanmiddag zag ik opeens dat de textiele vormgeving van toen een plaats verovert binnen het quilten van nu’. ‘Met een andere afwerking en een andere naam dringt het zich langzaam maar zeker naar de voorgrond’. ‘Denk eens aan de show and tell van de laatste regiodag’. ‘Veel werkstukken waar met hart en ziel en vooral ook discipline, heel wat uren, dagen, maanden of langer aan gewerkt is’. ‘Er waren ook van die lappen, (sorry, maar zo noem ik ze) die in minder dan een week (soms zelfs in een dag) inelkaar zijn geplakt of gestreken’. ‘Kunst is opnieuw vormgeven! las ik eens, maar als opnieuw vormgeven alle techniek en (hand)vaardigheid verwerpen is, dan is kunst voor mij niet meer te begrijpen’. ‘Een quilt, gemaakt met geduld, techniek en liefde voor kleur en  ritme, met blokken (of vlakken) op een eigenzinnige manier verwerkt, die in een mooi en harmonieus ritme elkaar versterken en grenzen verleggen, dát is mijn ding’. ‘Ik vind het ook zo jammer dat een traditionele quilt in een uniek patroon zomaar nagemaakt mag en kan worden’. ‘Niemand zal dat zo snel doen met een zogenaamde artquilt, wat denk jij?’ Ik denk dat iedereen maar gewoon moet doen waar hij of zij zich in thuis voelt, maar je hebt gelijk, op een quilt die naar een tentoonstelling gaat, zou altijd, net als op de wandkleden van onze gastvrouw, de inspiratiebron vermeld moeten worden, óók als je het patroon of het idee voor het patroon op internet hebt gevonden. ‘Goed idee’ zei ze, ‘en dan zet jij er MOD* quilt bij!’. MOD* quilt, wat bedoel je daar dan mee, vroeg ik, wat klinkt dat stoffig. ‘M. O. D….. My Own Design…..met een sterretje voor de leuk en dat het wat stoffig klinkt, quiltsters zijn toch wat stof…..fig!’ klonk het bedachtzaam.  

mooie kerstspreuk Dutch Modern Quilts M en M in de regen met kinderen en schoonkinderen
Bekijk artikelen van:
ons gezin zonder Tom en Xander Maartje
Mijn Favo's
WillekeWilleke PaulinePauline KittyquiltKittyquilt ConnyConny Klazien's handwerkKlazien's handwerk ElsbethElsbeth FûgeltsjeFûgeltsje Marpies projectsMarpies projects Lappies en LarieLappies en Larie Aart's paradijsAart's paradijs GertGert JeannetJeannet Ellie's QuiltplaceEllie's Quiltplace
ouse pfotos roos Paul Himilayen Musk vingerhoedje van Josephine Hosta Blauwe regen Geranium